Emoties op de werkvloer
Emoties op de werkvloer worden vaak gekoppeld aan kwetsbaarheid, zwakte, dominantie of onvriendelijkheid. Aan iets ongemakkelijks en ineffectiefs; dit leidt ertoe dat emoties vaak genegeerd, of ‘thuisgelaten’ worden. Onterecht. Ook nieuwsgierigheid is een emotie, evenals creativiteit, connectiviteit, resultaatgerichtheid, vriendelijkheid en vasthoudendheid. En als je de ene (ineffectieve) emotie blokt, blok je de andere (positieve) ook. Da’s niet handig, want zonder emoties krijgen we bijna niets voor elkaar. Vanwaar dan die negatieve associatie tussen emoties en werk? En waarom denken we daarbij vaak aan huilende en kwetsbare vrouwen, of dominante en scheldende mannen?
De motivatie van het brein
Emoties zijn de stille motor achter onze beslissingen en gedragingen. “Onze emoties beïnvloeden onbewust zo’n 95% van onze acties en besluiten”, zegt leiderschapspsycholoog, auteur en ondernemer Monique Schuurmans. “Emoties zijn de motivatoren van ons brein. Ze moveren ons; brengen ons in beweging. Recent neurowetenschappelijk onderzoek toont aan dat ratio en emotie als het ware met elkaar verstrengeld zijn in het brein. Het idee dat je emoties kunt thuislaten is dan ook onrealistisch.”
Oerpatronen en verwachtingsdruk
Historische en evolutionaire rollen hebben grote invloed op de emoties die we construeren wanneer we ons sociaal, mentaal of fysiek onveilig voelen. Mannen zijn traditioneel gezien de jagers, waarbij het tonen van kracht, dominantie en zelfzekerheid noodzakelijk waren. Deze patronen sijpelen door in onze tijd.
Op het werk wordt tonen van emoties door mannen vaak gezien als een teken van zwakte, met als gevolg dat emoties worden genegeerd. Juist onder druk kunnen die oerpatronen weer de overhand krijgen.
Emoties op de werkvloer
Bij vrouwen ligt de nadruk op kwaliteiten als sociale verbinding en zorgzaamheid. Dit leidde in de oertijd tot veiligheid, want in je eentje kon je niet overleven. Onder druk zijn vrouwen ook nu nog eerder geneigd om verbinding te zoeken en het gesprek aan te gaan, evolutionair gezien haaks op de reactie van mannen. Dit kan leiden tot een negatief oordeel en daardoor tot de neiging om dit te onderdrukken met andere emoties zoals frustratie, twijfel of onzekerheid. Zelfbehoud krijgt immers de overhand.
Gelukkig komt hier langzaam verandering in, maar deze verschillende primair geladen reacties leiden op de werkvloer helaas nog regelmatig tot een dubbele standaard. “Waar emotioneel haantjesgedrag bij mannen soms nog wordt getolereerd of zelfs als ‘passie’ wordt geïnterpreteerd, krijgen vrouwen eerder het label van ‘zwak’ en ‘irrationeel’. Dit leidt ertoe dat ook vrouwen vaak emoties onderdrukken.” Ongeacht ons geslacht doen we dus toch hetzelfde.
Zijn mannen op de werkvloer rationeler dan vrouwen … of toch niet?
Effecten van onderdrukte emoties
Op een dag waarin veel onverwachte dingen gebeuren, heeft je brein het moeilijk; die veranderende situatie maakt voorspellen lastiger waardoor onzekerheid kan optreden. Zelfbehoud krijgt dan onbewust voorrang en negatievere emoties kunnen de kop opsteken.
Dit kan leiden tot gedrag dat totaal niet in lijn is met wie je wilt zijn. Dat wordt ook wel een intentie-behavior gap genoemd. Een collega die een deadline mist, een klant die een opdracht afzegt … het kan zomaar leiden tot kortaf, onvriendelijk of dominant gedrag. Terwijl je ernaar streeft een empathische, begripvolle en geduldige leidinggevende of collega te zijn.
Deze discrepantie zorgt voor frustratie en stress, zowel bij jou als binnen teams. De kwaliteit van beslissingen daalt en collega’s richten zich uit zelfbehoud steeds meer op hun eigen belangen in plaats van die van het team of de organisatie. Dat is zonde en een belemmering voor het welzijn en de groei van organisaties, teams en het individu.
Omarm je emoties
Wanneer emoties niet langer als zwakte worden gezien, maar als kracht, ontstaat er ruimte voor verbinding en groei.
Monique: “Door je bewust te zijn van het effect van de drie informatiebronnen op jouw onbewuste perceptie van veiligheid, kun je al veel doen. Zorg voor jezelf, zodat je energiebronnen op peil zijn. Ontspan regelmatig, doe leuke dingen, onderhoud je sociale contacten en eet, drink en slaap gezond. Zorg dat je externe omgeving zo vaak als kan aanleiding geeft voor comfort. Wanneer je een moeilijk gesprek hebt met een leidinggevende, doe dat dan niet in zijn of haar kantoor, en zorg dat je goed uitgerust bent en gegeten hebt van tevoren. De kans dat je brein emoties construeert die effectief zijn, is dan veel groter.”
Een veerkrachtig en productief werkleven ligt deels in het omarmen van – en reflecteren op je eigen emoties, het goed voor elkaar zorgen en met elkaar in gesprek gaan wanneer er sprake is van primaire reacties. Schijnbaar is er dan ergens, voor iemand of voor de gehele groep, sprake van een sociaal of mentaal onveilige situatie. En daar reageren mannen én vrouwen, weliswaar verschillend, beiden emotioneel op.
Hoe ons brein emoties vormt
Jouw brein is een meester in voorspellen, met als belangrijkste taak jouw overleving. Het brein vertrouwt op drie informatiebronnen: je interne systeem, je externe zintuigen en je ervaringen.
Allereerst kijkt je brein naar je interne systeem: zijn alle voorraden op peil? Denk aan glucose, zuurstof, vocht, en neurotransmitters als dopamine of serotonine. Is er een tekort, dan activeert het standje ‘zuinig en alert’.
Daarnaast analyseert je brein alle zintuiglijke input, zoals geluid, beeld en aanraking. Tot slot weegt het al die informatie af tegen je herinneringen en kennis. Zo voorspelt het: is iets veilig of niet?
Dit vormt de basis voor je emoties, die je aanzetten tot gedrag. Is er sprake van onveiligheid, dan ontstaan er emoties gericht op zelfbehoud. Is het veilig, dan is er ruimte voor verbinding en groei en volgen er emoties die daaraan bijdragen.
Monique Schuurmans is succesvol ondernemer, leiderschapspsycholoog en schrijver van het boek ‘Echte Ondernemers Huilen (niet)’. Meer hierover vind je o.a. op www.scoutgroep.nl
Emoties zijn de motivatoren van ons systeem. Ze moveren ons; ze brengen ons in beweging.